neogotiek

Onder neogotiek wordt een 19e eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek. Het is een reactie op de strakke, koele vormen van het classicisme met haar uitgesproken rationele karakter. De neogotiek vond haar oorsprong in de romantiek met haar belangstelling voor de middeleeuwen. Daarvan meende men dat de gotiek de ultieme uiting was, hoewel deze stijl pas op het einde van de middeleeuwen was ontstaan. De neogotiek ontstond in Engeland. Romantische interieurkunstenaars lieten zich op het einde van de 18e eeuw inspireren door de natuur en door rustieke vormen van meubels en gebruiksvoorwerpen van het platteland, dat in Engeland tot in die tijd hier en daar nog gotische vormen kende. Vooral het werk van de interieurarchitect Thomas Chippendale loopt reeds vooruit op de neogotiek. Vanaf het begin van de negentiende eeuw verrijzen in Engeland kerkgebouwen, bankgebouwen, stadhuizen en andere openbare bouwwerken met spitsboogvensters, gekanteelde torens en waaiergewelven. Men ging zich steeds bewuster richten op een vormentaal van het verleden die ge´nspireerd was op de rijkdom van de Britse gotiek. Het hoogtepunt hiervan is wel Palace of Westminster (de Houses of Parliament) in Londen, gebouwd gedurende de jaren 1820 en 1830, de tijd van de grootste bloei van het Britse wereldrijk. Na de val van Napoleon kreeg de neogotiek ook navolging op het Europese vasteland. Aanvankelijk in de vorm van grootscheepse restauraties van middeleeuwse monumenten (Dom van Keulen, Notre-Dame van Parijs), maar later ook steeds meer met zelfstandige bouwwerken, zoals stationsgebouwen en stadhuizen. Langs de Rijn in Duitsland zijn op vele plaatsen neogotische burchten gebouwd.

neogotiek